Bert en Truus Jansen #57

Bert en Truus Jansen #57

'Wanneer gaat u weer naar Wim?', vroeg Bert. Ze waren op de terugreis.
'Hoezo? Ik heb nog geen idee', riep ze vanaf de achterbank.
'Nou ja, ik maak de caravan leeg en dan moet hij terug naar Drenthe. We hebben hem verkocht, toch?'
'Ja en? Wat moet ik daarmee?', vroeg ze kortaf.
'Nou ja Mam, dan kun je meerijden. Je mag wel iets vriendelijker reageren hoor!', vond Truus.
'Ach ja, jullie hebben het constant over die caravan en over Wim. Ik krijg er een beetje genoeg van.'
'O? Komen we zo gemakkelijk van Wim af?', lachte Bert. 'Dan dram ik nog even door.'
'Als je het maar laat. Hoe laat zijn we thuis?', vroeg ze.
'Uurtje. Hoezo?', vroeg Bert.
'Ik moet plassen. Kun je niet even stoppen?'
'Waar? Hier langs de snelweg? En ga je dan in de berm zitten?' 
'Nee, natuurlijk niet. Maar je hebt toch een WC in de caravan?' 
'Ik ga zo stoppen. Bij de eerste de beste parkeerplaats.'

Maar wat zijn nou concreet je toekomstplannen, Mam?', wilde Truus weten. 'Ik kan het namerlijk niet meer volgen.'
'Gaan we het nu wéér over Wim hebben?', vroeg ze geirriteerd.
'Ja, wij willen weten waar we aan toe zijn. Maar volgens mij weet je het zelf ook niet.'
'Nee, we zijn nog niet zo ver. Dat had jij vroeger toch ook met je vakantievriendjes?' 
'Mijn vakantievriendjes waren voor de vakantie. Dus Wim is nu gedegradeerd tot ordinair vakantievriendje? En gisteren wilde je nog met hem trouwen!'
'Jij wilde vroeger toch ook trouwen met je vakantievriendje? Die Ronald van Putten?' 
'Mam, ik was zestien. Jij bent in de tachtig. Lijkt me toch wel een verschilletje.'
'Begrijp ik het nu goed dat u twijfelt over Wim?', vroeg Bert.
'Daar laat ik mij niet over uit, Bert Jansen. Dat zijn mijn zaken.'
'Dus heb ik onze caravan voor Jan met de korte achternaam verkocht?' 
'Nee hoor. Want ik heb nu mijn geld terug.' 

Bart