De Winterslaap#23

De Winterslaap#23

'Tjonge jonge, wat een drukte hier', zei Bert. Ze liepen bij een grote campingzaak in het "Oosten des lands". 
'Ja, het is inderdaad druk. En één en al Duitser', stelde Truus vast.
'Gewoon idioot', vond Bert. 
'Hoezo? Die mensen willen net als wij goedkoop spullen kopen. Wat is daar nou idioot aan??!!'
'Het gaat er mij niet om dat ze van over de grens komen, maar dat ze allemaal tegelijkertijd de Rijn afzakken en ons hier vervolgens voor de voeten sjouwen.'
'Mag ik even passeren?', vroeg Truus aan een stelletje wat midden in het gangpad bezig was met het uitklappen van een tafeltje.
'Zie je, dat bedoel ik nou', mopperde Bert.
'Is het nog ver naar de kassa?', vroeg Truus. 
'Volgende hal. Hallo, kunt u even aan de kant? U verspert de weg.' De vrouw begreep hem niet.
'Pardon?', riep ze. Het bleek een Duitse.
'Ich wil er längs. Kunnen sie ein biesjen de kant?' Bert duwde de kar ruw naar voren, de vrouw maakte een noodsprong.
'Volgende hobbel, schat. Kijk, die hebben werkoverleg. Hij duwde de kar als een sneeuwschuiver voor zich uit.
'Voorzichtig Bert. PARDON', riep ze. Het clubje stoof uit elkaar.
'Mag ik passeren? Ja, danke!!!'
'Neem nu maar even het volgende gangpad. Hier gaat het niet goedkomen. Volledig geblokkeerd', waarschuwde Truus.
'Schat, ik, Bert Jansen, ga mijn route echt niet aanpassen.'
'Bert, die mensen zijn druk met een klapstoel.'
'Ja, mag ik even passeren?', vroeg hij. De man en vrouw keken verschrikt op en bogen zich toen weer over hun eventuele aankoop.
'Hallo, mag ik er even langs?', herhaalde Bert zijn verzoek.
'Moment', riep de man. Zijn vrouw had zich intussen in de stoel laten vallen en bleek klem te zitten. Ze kon er niet meer uit.
'Nou ja zeg. Wat is dit?', vroeg Bert. 
'Ze zit klem in die stoel. Die is te smal.'
'Welnee, haar achterwerk is oversized', fluisterde hij. 'U blokkeert het pad!!!', riep Bert ongeduldig.
'Moment', riep de man opnieuw. 'Wir haben ein kleines probleem.' Hij probeerde in paniek zijn vrouw te bevrijden. 
'Meneer, de ceintuur zit vast.' Truus wees op de ceintuur van haar jas. De man trok hem ruw los waarna de vrouw kon opstaan.
'Danke', riep hij blij. De vrouw was inmiddels rood aangelopen. 'Die kaufen wir nicht, Dieter.'
'Dat lijkt me ook niet verständig', riep Bert. 'Und nun aufsalzen', bromde hij. 'Ik müs er durch.' Hij duwde de kar langs het stelletje. ‘Tjüsss’, riep hij tijdens het passeren.

'Tjonge jonge wat een drukte', riep hij tegen de caissière terwijl hij het bedrag afrekende.
'Ja, seizoen begint weer. Maar het beviel u niet?', vroeg ze belangstellend terwijl ze Truus een knipoog gaf.
Bert schudde zijn hoofd. 'Weet je, als er een paar Friezen de weg blokkeren worden ze opgepakt. Maar een paar duizend blokkeerduitsers kunnen hier blijkbaar ongestoord hun gang gaan.'

Bart