De Winterslaap#25

De Winterslaap#25

'Dus als ik het goed begrijp moet ik op dat bankje slapen', concludeerde schoonmama. Bert gaf haar een rondleiding in de nieuwe caravan.
'Ja, dat klopt. De kussens plat, tafel ingeklapt, steunbalkje eronder, pyamaatje aan, duim in de mond en hup: slapen.'
'Ik vind het niks. Veel te smal.'
'Te smal?', vroeg Bert verbaasd.
'Ja, voor mij wel. En dat andere bed?', vroeg ze. 'Dat is veel breder.'
'Ja, dat klopt. Dat is ons bed. Tweepersoons.'
'Mooi, daar slaap ik dan met Truus. Ga jij op de kribbe.'
'Wacht even Ma. Ik slaap natuurlijk wel bij mijn vrouw.'
'Hoezo? Dat snap ik niet. Ik ben wel je schoonmoeder, Bert. Die leg je niet op zo'n bedje.'
'Ik ben getrouwd, weet u nog? Met uw dochter.'
'Ja, dat zal, maar je gaat me toch niet uitleggen dat je niet een weekje zonder seks kan?'
'Wie heeft het over seks? Ik wil naast mijn Truus liggen!!'
'En trouwens, je hebt nooit om haar hand gevraagd. Je hebt helemaal geen recht op "naastliggen".'
'Om haar hand gevraagd? Waar gaat dit over!!!!'
'Het gaat over mijn Truus dat je die indertijd ongevraagd hebt gekaapt. En het gaat erover dat ik een weekje naast haar wil slapen. En het gaat erover dat jij dan op dat bankje slaapt.'
'Sorry Mam, volgens mij ben je gast en zul je je moeten aanpassen.'
'Wacht even Bert Jansen, ik heb wel een aandeel in deze caravan. Dus heb ik ook iets in te brengen.'

'Hebben we ruzie?', vroeg Truus. Ze was op de herrie afgekomen.
'Nee hoor, meisje, maar Bert hier wil dat ik op dat bankje slaap.'
'Ja? En?'
'Dat wil ik niet. Te smal. Dus slaap ik bij jou in bed.'
'O? En is dat al afgesproken dan?'
'Nee, Bert hier doet moeilijk. Hij eist zijn plek op. Hij kan blijkbaar niet een weekje zonder seks.'
'Ma, doe even normaal.'
'Normaal? Wat is normaal. Ik ben zoals ik ben. Bovendien heb ik ook betaald. Dus wil ik ook wat te zeggen hebben.'
Truus slaakte een diepe zucht en gaf Bert een veelbetekenende knipoog.
'Oké, ik capituleer', riep Bert. 'U mag naast Truus. Ik ga wel op de bank.' 
'Lief van je, Bert. En eh... je mag Truus wel houden hoor.' 

'Wat is het soms toch een oervervelend mens', merkte Bert op toen ze was vertrokken.
'Het is wel mijn moeder, schat.'
'Mijn vader had ooit een mooi toepasselijk gezegde', zuchtte Bert. 'Een schoonmoeder en een luis zijn de pest in je huis.' 
'Ha, toevallig', lachtte Truus. 'Mijn moeder heeft er ook één: met zeuren en zeiken kun je alles bereiken.'

Bart

Kampeertopper.nl